Tuesday, March 12, 2024

 

Eeuwigheid,

 

Om te beginnen, wil ik in dit schrijven eerst heel duidelijk stellen, dat het in Belichaamde Taal (BT) absoluut nooit gaat om zogenaamde spiritualitiet, want iedere vermeende religieuze activiteit, is in de plaats gekomen van het problematische feit, dat wij, als individuen, nog steeds niet met elkaar kunnen praten.


Overal ter wereld heerst Ontlichaamde Taal (OT) en ja, miljoenen mensen geloven daardoor nog steeds in de volkomen onmogelijke waanzin van het hebben van innerlijke taal, van wat men doorgaans dus een innerlijke geestesleven noemt. Ongelovelijk als dit moge klinken: wij zijn vanuit niets onstaan en als ons leven tot een einde komt, blijft er niets over.  

 

Ook al blijft iedereen er – met alomtegenwoordige, algemeen-geaccepteerde, onbewuste, ongevoelige, dwangmatige, onnatuurlijke, domme OT – maar wat op los-fantaseren, het zielige, zinloze gezanik, over een of andere niet-bestaande hogere macht, heeft ons er tot-op-de-dag-van-vandaag van weerhouden, om onderscheid te maken tussen onze OT en BT. In dit schrijven, heb ik het over de eeuwigheid, als een onomstotelijk feit. Als je niet wil erkennen, dat er een tijd was, waarin wij, als biologische wezens, nog geen taal hadden, kan je beter ophouden met lezen.

 

Het ontstaan van de taal – net als een kind, dat zijn  eerste woordje spreekt – gebeurde altijd vanuit de klank. Een kind, dat slechts kan brabbelen, zal in dat gebrabbel al de klanken overnemen, van de taal, die het om zich heen hoort. Daardoor zal een Russisch kind in het Russisch brabbelen en een Amerikaans kind brabbelt altijd in het Engels. Uiteraard is er bij het leren spreken, schrijven en lezen, ook altijd een effect te bemerken, van de sprekers, die ongeduldig, nerveus, verward, moe, geirriteerd of ongevoelig waren of van hen die juist heel gevoelig, vriendelijk, vredig, kalm, speels, afgestemd en betrokken waren bij het kind de taal aan het leren was.

 

Onze voortgaande BT is de realistische taal van de eeuwigheid, maar onze OT, is de war-taal van ons kinderlijke geloof in onze grandioze onstervelijkheid. Als iemand eens eventjes ergens op moet wachten, dan zegt men al snel, dat men al een eeuwigheid wacht, want men blijft in OT altijd bezig, om iets te bereiken, om ergens naar toe te gaan of om naar iets toe te leven. Alleen met BT kunnen wij in het hier en nu zijn en aandacht hebben, vanwege onze taal, voor wat wij eigenlijk op dit moment ervaren.

 

Het praten met jezelf toont aan dat dat zogenaamde praten met anderen eigenlijk altijd praten met jezelf is. Wanneer wij met BT ontdekken, dat praten met jezelf belangrijker is – dan het praten met anderen, die OT hebben – dan beginnen wij los te weken van onze conditionering van OT met anderen.

 

Eigenlijk is er helemaal geen OT, in het praten met onszelf, want zodra we met onszelf praten, is er BT. Nadat we dat een aantal keren hebben vastgesteld, wordt het ons duidelijk, dat wij alleen met anderen willen praten, zoals wij met onszelf praten. Met andere woorden, nadat wij het grote verschil tussen OT en BT hebben erkend, willen wij alleen nog maar BT hebben met anderen en geen OT. Anderen willen echter – vanuit hun onbewuste, nog nooit eerder benoemde conditionering – OT hebben en ze willen nooit echt zichzelf zijn, zonder die conditionering.

 

Ook al begeeft iedereen zich, dag in dag uit, met alle gigantische problemen vandien, zonder daar erg in te hebben, in OT, toch willen ook zij, zonder dit te weten, BT, ook al verdedigen en verzetten zij zich ertegen. Zij kunnen slecht mee gaan met mijn BT voor zover zij het verschil tussen OT en BT hebben erkend. Zij hebben dit verschil misschien een beetje erkend en kunnen dan dus eventjes BT toelaten, maar omdat zij nog niet volledig aan zichzelf hebben toegegeven, dat ze alleen maar BT willen en geen OT, blijven ze toch, vanuit de macht der gewoonte, tegen hun eigen zin in, met OT doorgaan.

 

Voor mij en voor iedereen die weet, dat wij eigenlijk allemaal liever BT zouden willen hebben, is praten met anderen altijd een praten met onszelf, ook al gaat die ander niet mee met onze BT. Ik ga, vanwege mijn BT, niet mee in de OT van anderen en blijf dus in staat, om hen, vanuit mijn BT te beschouwen, als mijn ervaring. Als dus ik geen BT met anderen kan hebben – wat dus bijna altijd is – is dat een uitnodiging voor mij, om stil te zijn en dus zelfs mijn eigen BT los te laten.

 

Omdat ik de OT van anderen op de juiste wijze met mijn BT heb beschreven, is het voor mij mogelijk, om hem of haar los te laten en om met mijn stilte, mijn ervaring, mijn beleving, mijn herinnering, mijn beschrijving of mijn perceptie van hen helemaal los te laten. Simpel gezegd, vergeet ik dat iedereen OT heeft, want ik ga gewoon toch telkens weer verder met mijn eigen BT.

 

Toen ik het verschil tussen mijn OT en BT voor het eerst ontdektte, wilde ik het zo graag met anderen delen, maar dat verlangen is inmiddels – nog steeds tot mijn grote verbazing – verdwenen, nu ik altijd voortgaande BT met mezelf blijk te kunnen hebben. Het volstaat dus, om BT met mezelf te blijven hebben, want mijn stilte kan door niemand worden beinvloed. Anderen, die, net als ik, ook BT hebben, kunnen hooguit, in mij, het geven van toestemming aan mijzelf – om die stilte in te gaan – stimuleren, maar die stilte is altijd van mij en heeft nooit iemand anders nodig. Uiteraard ben ook ik niet nodig en los ik op in die stilte. Dat is wat ik mijn Taal Verlichting (TV) noem. TV is iets totaal anders, als die verlichting waar zogenaamde verlichte meesters het over hadden.   

 

Het spreken of schrijven vanuit mijn stilte, maakt dat zowel het beeld van de ander, als ook het idee van mijzelf verdwijnt. In het begin, stoorde ik mij enorm aan de OT van anderen, maar tegenwoordig negeer ik het schijnbaar gewoon. Je zou ook kunnen zeggen, dat voortgaande BT onze identiteit – die dus altijd al ons grootste communicatie-probleem was – doet verdampen. Met andere woorden, mijn BT liet en laat mij weten, dat niet ik die stilte ben, dat niet ik die ervaring van liefde ben, dat niet ik die ander beleef, maar dat taal mij dit alles zo doet beleven.

 

Als ik dus ophoud met spreken, schrijven, luisteren of lezen, dan is er geen taal en is er complete stilte en orde. Ik was – net als iedereen met OT – ook bang om stil en zonder taal te zijn, maar door mijn voortgaande BT is die angst verdwenen. Vooral toen ik nog niet het verschil tussen BT en OT kende, wilde ik die mogelijkheid – om zonder taal te zijn – niet accepteren. Mijn BT heeft dit recht gezet en ik ben er nu dus okay mee, om mijn BT los te laten. Voor mij is het al lang geen kwestie meer van het loslaten van mijn OT, zodat ik BT kan hebben, maar het is meer een zaak van inzien, dat mijn BT alleen kan voortgaan met hen, die, net als ik, met zichzelf spreken en naar zichzelf luisteren en die daardoor dus ook BT kunnen hebben. Ik besef nu, dat het loslaten van mijn BT nog fijner is, dan het hebben van BT. Ik sta er versteld van dat dit echt zo is en ben heel blij, dat dit vandaag duidelijk voor mij is geworden.  

 

Ik heb dus altijd alleen maar BT willen hebben, om het te kunnen loslaten. In OT laten wij nooit iets los en blijven wij herhalen. Ineens is nu het wachten anders geworden. Tot voor kort wachtte ik nog, ongemerkt, op andere mensen, die hopelijk BT met mij of met elkaar zouden gaan hebben, maar nu is mijn wachten een loslaten van mijn BT geworden.

 

Ik kon het niet eerder zoals nu beschouwen, omdat ik nog niet had kunnen toekomen aan voldoende voortgaande BT, die mij kon doen inzien, dat het loslaten van BT, mijn BT mogelijk maakt. AnnaMieke beschrijft dit op haar You Tube videos altijd als het ontvouwen en het laten ontstaan van taal. In een recente video, sprak zo er zo mooi over, dat het tezelfdertijd een geven en een nemen is, een ontvangen en toe-eigenen, overgave maar ook het hebben van de juiste handeling.  

 

Met onze automatische, gebruikelijke, domme, energie-verslindende OT kunnen wij niet niemand zijn en zit er dus eigenlijk niets anders op, dan om te pretenderen, dat we iemand zijn, maar met onze BT kunnen we – heel gelukkig en heel tevreden – niemand zijn en lost onze voormalige neiging, om iemand te zijn op. Het is zoiets prachtigs, want zodra alles op zijn plaats is komen te zitten, dan gebeurd deze transformatie van onze TV gewoon, omdat het eindelijk kan gebeuren.

 

Ook al weet ik dondersgoed, dat er helaas geen wetenschappers zijn – wat ik dus een aanfluiting vind – die kunnen erkennen en beamen, dat wij hier wel degelijk met een waarneembaar, voor iedereen herhaalbaar experiment te maken hebben, toch sta ik erop, dat BT een wetenschappelijk en objectief fenomeen is, ofschoon het natuurlijk de juiste wijze van taal-gebruik betreft, die onze eigen individuele, subjectieve ervaring beschrijft.

 

Het toelaten, accepteren en met BT op de correcte wijze beschrijven – en daardoor begrijpen – is het loslaten van onze eigen ervaring. Koning, keizer, admiraal, poepen moeten ze allemaal. Het maakt niet uit, wie wij zijn, want wij gaan allemaal uiteindelijk dood. Iedereen is vanwege OT zijn hele leven bang voor de dood, maar met BT sterven wij ieder moment. Wij zijn eigenlijk alleen met BT echt in leven, omdat wij niet meer bang zijn. BT geeft ons het werkelijke perspectief van onze stervelijkheid en onze stille eeuwigheid.  

 

PS. Op You Tube: maximuspeperkamp-hw8sw kan je mij deze text horen verlezen en erover uitwijden.                        

No comments:

Post a Comment