Wegkijken,
We horen tegenwoordig
vaak de term wegkijken. Het betreft in de meest letterlijke zin, het afwenden
van de blik of de blik van iemand anders vermijden. Bijvoorbeeld: zij zag hem,
maar keek vlug weg. In figuurlijke zin, gaat het om het negeren en het doen alsof
iets niet bestaat. Bijvoorbeeld: het geweld in de regio werd zo hevig, dat de
wereld niet meer kon wegkijken. Ook kan wegkijken worden gebruikt, om iemand
onwelkom te laten voelen en om dus zo te kijken, dat ze weggaan. Bijvoorbeeld: de
moeder met huilend kind werd weggekeken in de winkel.
Uiteraard gaat
wegkijken samen met wegluisteren. Ofschoon wegkijken de gangbare term is, om
aan te geven, dat we ontkennen wat er aan de hand is, is wegluisteren de
eigenlijke reden, dat we wegkijken, omdat we altijd slechts spreken, over wat
we kunnen zien, maar niet over wat we niet kunnen zien. Ontlichaamde Taal (OT),
waarin wij als sprekers niet naar onszelf luisteren, is onze onbewuste, gebruikelijke
omgang met taal, die het wegkijken faciliteert, maar met Belichaamde Taal (BT),
waarin wij luisterend spreken, zijn wij ons volledig bewust van wat wij doen en
zien wij alles onder ogen.
Een student,
die niet geinteresseerd is in de les, die let niet op, want hij of zij luistert
niet naar wat de leraar uitlegt, maar kijkt voortdurend verveeld weg uit het
raam of naar zijn telefoon. Ook een verlegen kind kijkt weg en wil niet dat je
praat op de manier en met het stemgeluid, die hem of haar een onveilig doet
voelen. Als ons op school wordt geleerd, dat wij moeten opletten, dan wordt
daarmee bedoeld, dat wij eigenlijk worden gedwongen, om te luisteren naar wat
de meester zegt, maar om dus geen enkele aandacht te geven, aan hoe hij of zij zegt,
wat hij of zij zegt. Opletten, bij de les blijven en gehoorzaam zijn, houdt dus
een selektief luisteren in, waarin ons wordt opgedragen, dat wij ons niet
zouden moeten bekommeren, over hoe iemand klinkt. Wegluisteren wordt ons dus zogezegd
met de paplepel ingegeven.
Wanneer er
niet wordt geluisterd naar een spreker, die, gedurende een vergadering, er tevergeefs
op aandringt, dat een bestuur niet zou moeten blijven wegkijken, maar juist zou
moeten praten, over de enorme onvrede en de verdeeldheid, die er heerst onder
de leden, dan is er sprake van wegluisteren. Wegluisteren – wat zelden onder de
aandacht komt, omdat wij, vanwege onze OT, het uitsluitend, heel af en toe eens over wegkijken hebben – gaat echter in
de eerste plaats, over het niet luisteren naar onszelf, terwijl wij spreken.
Wegluisteren gaat dus niet om het feit, dat anderen niet naar ons luisteren,
maar om dat wij niet naar onszelf luisteren, als wij praten.
Wanneer journalisten
hun leven in de waagschaal leggen, om de rest van de wereld te laten weten over
de afgrijzelijke oorlogen, waarin alles wordt verwoest, proberen zij met
beelden te komen, in de hoop, dat men daar niet van weg kan kijken. Hun
machteloosheid is echter net zo aangrijpend, als het onrecht waarover zij berichten.
Iedereen weet ergens wel, dat wegkijken en wegluisteren nodig is, omdat wij geen
oplossing hebben gevonden voor het onomstotelijke feit, dat OT onze voertaal
is. OT is, in essentie, een dissociatief taalgebruik, waarin sprekers niet in
contact zijn met zichzelf. Bedreiging is de enige reden, dat onze OT voortduurt,
want zodra wij, luisteren naar onszelf – en kunnen horen in de klank van onze
stem, dat wij ons veilig voelen – dan houdt onze OT op en dan hebben wij BT.
Zowel ons wegkijken
als ons wegluisteren betreft allerlei zaken, die wij niet willen zien of niet
willen horen. Met OT wordt er voortdurend, heel straffend, dwingend en overweldigend, gezegd en
geschreven, dat wij toch eigenlijk zouden moeten kijken, naar wat wij niet
willen zien en toch eens zouden moeten gaan luisteren, naar wat wij klaarblijkelijk
niet willen horen, maar met BT, gaan wij ons eindelijk bezig houden met wat wij
willen horen en willen zien. Het met OT onder ogen moeten zien van de waarheid,
gebeurd altijd op basis van onvrijwilligheid, maar de waarheid, die wij
ontdekken met BT is onze vrijheid.
Er is
vanwege onze gebruikelijke, automatische OT vooralsnog geen enkele aandacht,
voor de klank van onze eigen stem terwijl wij spreken. Wij luisteren naar
anderen, maar niet naar onszelf. Ook trachten wij, op allerlei manipulatieve manieren,
om anderen naar ons te doen luisteren, maar wij horen onszelf niet en wij zijn daardoor
verdwaald in de taal. Onze verwarring
over onze onuitgeproken en ongehoorde taal, heeft onvermijdelijk tot gevolg gehad,
dat wij foutievelijk veronderstellen en fantaseren, dat er taal binnenin ons,
in ons hoofd, zou plaats vinden. Wij zitten dus, vanwege OT, allemaal
opgescheept met de illusie van een innerlijk gesprek, dat wij met onszelf zouden
hebben, maar wat niet gehoord kan worden, omdat het zogezegd, stilletjes, onze
ware gedachtes en gevoelens zou vertegenwoordigen.
Wanneer wij
het grote verschil opmerken tussen onze OT en onze BT, dan blijkt ineens, overduidelijk,
dat al onze taal – en, ik herhaal, al onze taal – kan worden gezegd, gehoord,
geschreven en gelezen en dat die ongrijpbare innerlijke taal – ons zogenaamde denken
– absoluut niet bestaat en slechts een wijze van spreken is, die door OT in
stand werd gehouden. Met andere woorden, in BT houdt het wegluisteren op en
horen wij voor het eerst echt onszelf. Dit gaat altijd samen met een zeer
plotselinge, aangename, waarneembare energie
stroom, die aantoont, dat wij onze taal op een totaal andere manier zijn gaan
gebruiken. Omdat wij niet meer wegluisteren met OT, zijn wij ons, met onze BT, direct
bewust van onze Taal Verlichting (TV). Als dit eenmaal is gebeurd, valt er niet
meer weg te kijken van onze TV. Men zegt, met OT, eerst zien, dan geloven, maar
met BT valt er niets te geloven, omdat wij horen, ervaren en weten wat wij
zeggen. Met BT luisteren wij naar onszelf en is het duidelijk, dat wij dit doen
vanwege onze TV.
No comments:
Post a Comment